menu

Tuinmuur van het Franciscaner Klooster

Dit bouwwerk was oorspronkelijk onderdeel van een tuinmuur, welke het terrein van het Minderbroedersklooster afbakende dat op het ’s-Gravenhofplein stond.



Naar Bezienswaardigheden Vestingstad Hulst

Het klooster werd daar gebouwd eind vijftiende eeuw. De kloosterlingen moesten in 1645 na de verovering van de stad door de protestanten - de stad verlaten. De gebouwen werden daarna gebruikt door particulieren en voor de huisvesting van armen en wezen. De kerk van het klooster werd het arsenaal voor de in Hulst gelegerde militairen. In 1821 werd de kerk afgebroken. De overige gebouwen werden gebruikt door bierbrouwerij De Halve Maen. Deze  brouwerij werd in de jaren zestig van de twintigste eeuw gesloopt. Daarmee verdwenen ook de laatste resten van het middeleeuwse klooster, met uitzondering van dit stuk tuinmuur.

Deze muur is een restant van een klooster dat hier in het verleden heeft gestaan. Het kloosterterrein omvatte het parkeerterrein van het huidige 's-Gravenhofplein, ook de bebouwing en de straat tussen het parkeerterrein en de vestingwal en ook nog aan de zuidzijde van het parkeerterrein de autogarages met woningen erachter. De kloostergebouwen stonden aan de zuidzijde en de rest werd als tuin gebruikt. Resten van de kloostergebouwen zijn onder het parkeerterrein gevonden en de vindplaatsen zijn nu aangeduid met zwarte klinkers in de bestrating. Het overgebleven stuk muur tegen de huidige vestingwal was een deel van de ommuring van het kloostercomplex.  

 De bouw van het klooster dateerde van 1488. De muur is van later tijd, hoogstwaarschijnlijk gebouwd in de eerste decennia van de zeventiende eeuw. Dit had verband met de aanleg van de nu nog bestaande vestingwal helemaal aan het begin van die eeuw. Het complex diende als klooster tot 1646. In het jaar daarvoor was Hulst door Frederik Hendrik veroverd en gevoegd bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In deze Republiek mochten katholieken hun geloof niet in het openbaar uitoefenen. In de praktijk betekende dit dat kloosterlingen hun kloosters moesten verlaten en dat die kloosters meestal werden geconfisqueerd door de publieke overheid. Dat gold ook voor dit klooster.

Onder het nieuwe regime van de Republiek kwam in een deel van het kloostergebouw een weeshuis en werd de kloosterkerk gebruikt als arsenaal. De tuin werd grotendeels verpacht. Dit duurde tot 1795 toen het gezag van de Republiek werd vervangen door dat van Frankrijk. Het complex raakte toen in verval. Na de Franse tijd werd de kloosterkerk gesloopt, en wel in 1821. Het voormalige weeshuis deed nog dienst als arsenaal in de periode 1830-1839 tijdens de Belgische Opstand en de nasleep daarvan. Daarna werd ook dit deel een bouwval die geleidelijk werd afgebroken. Vandaag de dag is de bovengenoemde muur nog het enige zichtbare restant.

De kloosterlingen behoorden tot de kloosterorde van de Franciscanen. Indertijd werden zij minderbroeders of frèremineuren genoemd en ook wel observanten of recollecten. De eerste twee namen spreken voor zich, de laatste twee hebben betrekking op Franciscanen die het armoede-ideaal van Franciscus van Assisi strikt wilden naleven. De naam van hun grote voorganger werd bij de aanleg van de vestingwal gegeven aan het aangrenzende bolwerk: Sint Francois of Saint François. Na 1645 werd deze naam veranderd in Nassaubolwerk. Het hele terrein kreeg toen de naam ’s-Gravenhof. Bij de reconstructie van het terrein in de jaren ’70 van de twintigste eeuw kreeg de straat langs de vestingwal de naam Minderbroedersstraat. De andere straat langs het parkeerterrein had al eerder de naam Kloosterstraat gekregen.

Jan Lockefeer

Naar W. Brand, ‘De Minderbroeders te Hulst 1458-1646’, Jaarboek van de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten (1974/1975), 11-155.

Inloggen